DE BASIS VAN DE HARMONIELEER        DE TOONTRAPPEN        CADENSEN          SEPTIEMAKKOORDEN
LEIDTONEN        DE DOMINANTENKETTING       AKKOORDEN BIJ EEN LIEDJE       UITGEBREIDE HARMONIELEER

Kies het onderwerp door in de menubalk te klikken. Ze zijn niet verplicht voor de keyboard-examens.

Onder harmonieleer verstaan we de kennis van de verbindingen tussen de harmonieŽn; de akkoorden dus. Deze kennis hebben we gehaald uit de muziekgeschiedenis. Reeds in de Renaissance (1400-1600) was er sprake van meerstemmige muziek en wanneer we te maken hebben met meerdere tonen die tegelijkertijd klinken en die gezamenlijk weer overgaan naar andere tonen, dan is er ook sprake van harmonische verbindingen.

De harmonieleer heeft dus een rijke geschiedenis. In iedere stijlperiode kwam er weer een uitbreiding van mogelijkheden en een verrijking van klankkleuren. Diverse bekende componisten hebben hieraan hun steentje bijgedragen.

Uit deze geschiedenis zijn regels en richtlijnen ontstaan, die we tegenwoordig nog steeds toepassen om de klassieke harmonieleer te leren. Hier volgen er enkele:

- Bij het zetten van de akkoorden gaan we uit van vierstemmige akkoorden, alsof we muziek schrijven voor een vierstemmig koor: sopraan, alt, tenor en bas. Omdat we voor een groot deel te maken hebben met drieklanken, moeten we dus een akkoordtoon verdubbelen. De grondtoon en kwint mogen gerust worden verdubbeld, maar een dubbele terts klinkt meestal niet zo mooi. Dat doen we dus in principe niet.

- Bij een septiemakkoord hoef je niet te verdubbelen. Het akkoord kun je in principe volledig zetten, tenzij het niet zo goed uitkomt, dan wordt bijvoorbeeld de kwint weggelaten en de grondtoon verdubbeld.

- De leidtoon is de 7e toon van de toonladder. Deze moet stijgend oplossen, naar de grondtoon dus.