DE SLEUTELS

Wanneer er een aan het begin van een notenbalk een sleutel staat, kunnen we duidelijk zien welke noot door de sleutel wordt aangegeven. De G-sleutel wijst de plaats van de G aan. Bij veel instrumenten, zoals fluit, viool en trompet, lezen we de noten van een notenbalk met een G-sleutel.

De F-sleutel wijst de plaats van de F aan. Bij veel instrumenten, zoals contrabas, trombone of fagot, lezen we de noten van een notenbalk met een F-sleutel.

Het komt ook vaak voor dat we de noten lezen van een dubbele notenbalk, dus met een G-sleutel en ook een F-sleutel.
Dit doen we ondermeer bij een piano, een orgel en een keyboard.

Een dirigent leest vaak de noten van een hele rij notenbalken. Hierbij zijn er vaak meerdere balken met een G-sleutel en een F-sleutel.