MAATSOORTEN EN RITME - OPMAAT

Wanneer een muziekstuk met een onvolledige maat begint, noemen we dat een opmaat. Zo'n muziekstuk eindigt dan ook weer met een onvolledige maat. De begin- en eindmaat vormen samen weer een volledige maat. In het voorbeeldje op deze bladzijde zie je een beginmaat waar maar 1 tel in staat. De slotmaat heeft er 3. Samen vormen ze dus een volledige 4/4-maat van 4 tellen.

Hoe ontstaat nu zo'n opmaat, is dat nu nodig? Wanneer we spreken, geven we de ene lettergreep een klemtoon, een accent, en de andere niet. Wanneer we de klemtonen op andere plaatsen zouden leggen, klinkt dat heel gek. Het is dus een heel natuurlijke manier van spreken wanneer we de woorden en lettergrepen de juiste klemtonen geven. Een melodie uit een muziekstuk heeft ook altijd klemtonen. De klemtonen of accenten liggen in een muziekstuk altijd op de eerste tel. In het voorbeeld zijn ze aangegeven met accent-tekentjes (" > "). Wanneer we spreken, beginnen we soms met een lettergreep die geen klemtoon heeft; lees de tekst uit het voorbeeld maar eens op. Zo kan een een muziekstuk ook beginnen met een noot die geen accent krijgt.

Bij een liedje, zoals in het voorbeeld, horen tekst en muziek helemaal bij elkaar. Om het goed te laten klinken moeten de accenten van de melodie op dezelfde plaats komen als die van de maatsoort. Het eerste woordje "In" heeft geen accent. De lettergreep "Hol-" juist wel, dus die lettergreep moet op de eerste tel van de maat komen te staan. Het woordje "in" moet dus daarvoor komen, dus op de 4e tel. Zo is dan de opmaat ontstaan.