Vakantie Lesbos - Anette en Bert - 4 t/m 25 juli 2008 |
Vrijdag 4 juli - Vertrek naar Lesbos
In Skala Eressos liepen we eerst een tijdje rond. Meerdere hotels en cafe's droegen de naam Sappho. Uiteindelijk dronken
we een frappe bij cafe "Sappho" en vroegen de serveerster, die goed Engels bleek te spreken, om opheldering over de
dichteres. Volgens de geschiedenis leidde Sappho een meisjesschool, waar speciaal werd onderwezen in muziek, poezie en
dans. Vanwege de sfeer in de school en sommige regels uit haar gedichten, werd aan Sappho toegeschreven dat zij de
vrouwenliefde zou aanhangen, die daarna "lesbisch" werd genoemd, van Lesbos dus. Uit andere verhalen blijkt dat ze
getrouwd is geweest en een dochter had. Misschien zou zij biseksueel zijn geweest. Weer anderen vertellen dat ze
zelfmoord heeft gepleegd vanwege een onmogelijke liefde met een veerman. Hoe dan ook, Sappho en Lesbos zijn in de loop
van de geschiedenis verbonden geraakt met de lesbische liefde. Tijdens een nieuwsuitzending op de TV, enige tijd voordat
wij naar Lesbos vertrokken, werd duidelijk dat de Grieken, met name de bewoners van Lesbos, niet meer het stempel
wilden hebben van een eiland wat met lesbische liefde te maken had. De serveerster vertelde in het kort iets over de reden
waarom er op het eiland zo weinig van Sappho was te vinden. Eigenlijk kwam haar verhaal neer op dat wat wij in de
TV-uitzending al hadden gehoord. We kochtten een paar kleine beeldjes en een plaquette van de dame in kwestie en
verlieten Skala Eressos. Via Mesotopos, het prachtige kleine dorpje Agra, Kato Kontissa, Parakila en Keramio
reden we naar Kalloni. Daar aten we in het centrum een pita giros, eenvoudig en lekker. Tot slot reden we via Dafia en
Lafionas weer naar huis. Daar douchten we ons lekker en brachten de rest van de avond door met TV kijken, vertalen en
verslag schrijven.
De eigenares vroeg prompt welke ouzo, want er waren meerdere soorten die in
Plomari werden gestookt. Ze gaf ons allebei een andere ouzo en zei dat we dan de beide konden proeven. Dat was leuk!
Ze waren inderdaad behoorlijk verschillend en wij hadden al gauw onze voorkeursmaak. Gelukkig kozen we niet voor
hetzelfde glas. De vrouw vertelde dat de zogenaamde ouzo Plomari van de stokerij van Arvanitis komt en dat hij de naam
"ouzo Plomari" eigenlijk zonder algemeen goedvinden van de andere fabrikanten heeft aangenomen. Maar ook
de ouzo van de fabriek van Varvayanni mag er zijn en die is natuurlijk net zo goed "ouzo Plomari". Ze vertelde
dat we in de fabriek van Varvayanni wel iets konden bekijken, want daar was een deel
van de fabriek ingericht als museum. We bedankten haar, keken nog even in het winkeltje aan de overkant en enkele
andere en reden toen volgens de aanwijzingen die we hadden gekregen, naar de ouzostokerij van Varvayanni.
Daarna reden we door, via Vatoussa, Perivolis en Andissa, langs het klooster van Ypsilou en daarna namen we de afslag
naar het apolithomeno dasos. We moesten een klein bedrag voor entree betalen en de rugtas moest bij de receptie
achterblijven omdat in het verleden stukken steen waren meegenomen door toeristen. De kleine tasjes mochten gewoon mee.
We maakten een flinke wandeling en fotografeerden diverse mooie versteende stammen. Op diverse plaatsen lagen mooie,
hanteerbare brokken steen, maar die mochten nou juist niet mee. Gelukkig vond Anette twee kleine stukjes, die precies
dezelfde kleur en structuur hadden als van een van de grotere brokken. Die hebben we meegenomen! Toch nog een tastbaar
bewijs van ons bezoek hier.