Mystras (Grieks: Μυστράς), is een laat-Byzantijnse spookstad op de Peloponnesos, zo'n 7 km ten westen van het moderne Sparta.

In 1249 bouwde de Franse kruisridder Willem II van Villehardouin een vesting op een 634m hoge uitloper van de Taigetos. Aan de voet ervan vestigden zich al snel bewoners van Sparta.


Hier studeerde en doceerde Gemistós Pléthon, de laatste universele geleerde van Byzantium, die de gedachten van Plato opnieuw in het westen zou introduceren.

Van 1460 tot 1687 heersten er de Turken, daarna de Venetianen (1687 tot 1715) en toen weer de Turken (1715 tot 1825). De stad had verschillende belegeringen te doorstaan, maar de fatale klap kwam in 1770.

Tijdens de chaos die volgde op de Orlofika, stuurden de Turken Albanese strijders uit om de Grieken een lesje te leren. Deze plunderende roversbenden trokken ook Mystras binnen en legden de stad in de as.

De Orlovika of Orlovopstand was de Griekse opstand op de Peloponnesos tegen de Ottomaanse overheersing, op aandrang van de Russische broers Aleksej, Grigori en Fjodor Orlov in 1770 tijdens de vierde Russisch-Turkse Oorlog. Het was een voorloper van de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog. Deze plundering én de verwoestingen tijdens de vrijheidsoorlog betekenden het einde van Mystras. De bewoners verhuisden naar het door koning Otto I nieuwgebouwde Sparta. In 1944 beschoten de partizanen van links en van rechts elkaar nog tussen de imposante ruïnes van Mystras.