Het clavecimbel is een snaarinstrument dat door middel van toetsen wordt bespeeld. Het instrument lijkt
wat vorm betreft op de vleugel (piano), maar het grote verschil is, dat je op de piano, waarbij een
hamertje tegen de snaren slaat, verschil kunt maken tussen zachte en hard tonen. Bij het clavecimbel kan
dat niet. De snaren worden getokkeld en het maakt niet uit of je een toets zacht of hard aanslaat; de
toonsterkte blijft gelijk. De Engelse naam voor clavecimbel is harpsichord.
Voordat de piano werd uitgevonden, in de tijd van Beethoven, was het clavecimbel samen met het orgel
het belangrijkste toetsinstrument. Veel werken van J. S. Bach worden op de piano gespeeld, maar zijn
oorspronkelijk geschreven voor clavecimbel. Vaak heeft een clavecimbel twee manualen, waardoor het
mogelijk is om afwisselend met verschillende klanken te spelen. Maar er zijn ook clavecimbels met
één manuaal.
Verwante instrumenten zijn het clavichord en het spinet. Het spinet is eigenlijk een klein
clavecimbel en heeft dezelfde manier van toonvoortbrenging. Bij het veel kleinere clavichord slaat er
een plaatje tegen de snaar, wanneer een toets wordt ingedrukt. Door de toets langer in te drukken
kan de toon worden verlengd en ook kun je met de aanslag regelen hoe sterkt de toon wordt.
Vaak komt het bij een clavichord voor dat er meerdere tonen met één snaar kunnen worden gemaakt.
Hierdoor wordt de bouw eenvoudiger want er zijn minder snaren nodig. Maar het beperkt de
mogelijkheden van meerstemmig spelen.