Een gitaar is een snaarinstrument en wordt bespeeld met de vingers of met een plectrum. Het woord gitaar is van Perzische oorsprong; het Perzische woord "taar" betekent "snaar".

Gitaren hebben over het algemeen 6 snaren. De meest gangbare stemming van laag naar hoog is:
E-A-d-g-b-e (hulpmiddeltje: Een Aap Die Graag Bananen Eet).

De gitaar is al oud, het instrument heeft een geschiedenis van zo'n 500 jaar. De eerste gitaren waren 4- of zeskorig. Dat betekent 4 of 6 dubbele snaren. In Spanje maakte de oude gitaar een ontwikkeling door, tot op de dag van vandaag. De dubbele snaren vervielen en de gitaren die rond 1880 in Spanje werden gemaakt leken veel op de gitaar van nu.




Zoals in de moderne tijd veel apparaten werden verbeterd of vervangen door elektrische, zo is er naast de akkoestische gitaar ook een elektrische variant ontstaan. De elektrische gitaar wordt versterkt en is daarom uitermate geschikt om in de popmuziek te gebruiken. Gelukkig bestaat naast de elektrische ook nog steeds de akoestische. Het zijn twee volwaardige typen van een instrument, met hun eigen karakter en soort muziek.