maandag 29 mei - naar Portaria, Agios Ioannis en Papa Nero
Het was aardig bewolkt en tijdens ons ontbijt regende het zelfs een beetje. We besloten de rit te gaan maken die we al eerder hadden willen doen, namelijk
naar Portaria en dan via de oostkust terug. Onderweg was het weer wel redelijk, maar vooral boven de bergen hing een dikke wolkenlaag. In ieder geval was
het aangenaam om te rijden. Bij Volos namen we de rondweg langs de stad en sloegen toen af naar Portaria. De weg gaat daar gestaag omhoog en na korte tijd
is het uitzicht op Volos erg mooi. Dit uitzicht blijft erg lang, want je kijkt de hele tijd naar beneden op de stad. In Portaria liepen we eerst wat rond en
bekeken een paar winkels. Daarna dronken we koffie. De temperatuur was niet hoog, maar het was lekker om buiten te zitten.
Na de koffie reden we verder naar Chania. We zaten inmiddels hoog in de bergen. Het is hier ongeveer 1500 meter hoog. Volos was inmiddels niet meer te zien.
In Chania komt er een splitsing. Je kunt naar het noord-oosten en later afslaan naar Zagorá, daar waren we eerder al geweest. We namen nu de weg naar het
oosten, naar Kissós. Het gebied waar we doorreden was prachtig. Nog steeds ging de weg verder omhoog en even later kwamen we door een gebied met ski-pistes.
Er was zelfs een kabelbaan. Je kon merken dat het hier kouder was dan in de lagere gebieden. Maar gelukkig waren er op dat moment geen wintersporters actief.
Het was inmiddels aardig goed weer geworden en vóór ons, in de richting van de oostkust, was het geheel zonnig. Na Kissós reden we verder naar
Agios Ioannis. Hier hadden we tijdens onze grote reis naar Argalasti, de laatste nacht geslapen. De weg ging nu omlaag en niet zo'n klein beetje ook!
Na heel wat haarspeld-werk kwamen we aan in Agios Ioannis. We parkeerden de auto en liepen eerst een eind langs de boulevard, tot de plek waar wij een paar
weken geleden ons appartement hadden gehad. Daarna settelden we ons op het terras van een vistaverne voor een lunch met gebakken courgette en kalamari.
Het was zeer aangenaam, in de schaduw, met uitzicht op de zonovergoten blauwe zee.
Omdat het nog niet zo laat in de middag was, besloten we om naar het strand van Papa Nero te rijden. Ook daar waren we al eerder geweest en dit lag een klein
stukje ten zuiden van Agios Ioannis. Het was niet druk op het strand. Verspreid lagen er wel een aantal mensen, maar je had heel veel ruimte. Omdat je vanaf
twee kanten dit strand op kon, was er niet echt een uithoek, waar je in je blootje kon zwemmen, dus hielden we voor de verandering maar een klein stukje
textiel aan. Dat was echter de eerste keer tijdens deze vakantie! We zijn heerlijk het water ingegaan voor een verkoelende duik en strekten ons daarna heerlijk
loom uit op onze stranddoeken, in de warme zon.
Het was al 6 uur geweest, toen we voor het laatst het water ingingen en ons op lieten drogen. Tegen half zeven reden we pas weer weg. De weg van Agios Ioannis
naar het zuidelijker gelegen Mourési, is erg smal, erg steil en nogal hobbelig, maar onvergetelijk spectaculair. Voorbij Mourési kom je dan weer op de hoofdweg
van Tzangarada naar het zuiden. Daar ging het flink wat sneller, echter harder dan 50 of 60 km. per uur kon je niet rijden, want de bochten zijn daar nog
steeds veelvuldig aanwezig en sommige zijn erg scherp. In Neochori sloegen we nog even af naar het plein, omdat we nieuwsgierig waren hoe dit er uit ziet.
Toen we er aankwamen herinnerden we ons dat we hier al eerder hadden gekeken. Het is wel leuk, maar had blijkbaar niet een heldere herinnering bij ons
achtergelaten. Het was bijna 8 uur toen we thuiskwamen. Ondanks dat de dag met regen was begonnen, hadden we een superdag gehad.
|