zondag 4 juni 2023 - wandeling door Ioannina en reis naar Dhermi (Albanië)
Toen we die ochtend opstonden was het stralend weer. We zouden de weersomstandigheden in de gaten houden, maar voorlopig was er geen vuiltje aan de lucht.
We checkten uit, zetten al onze spullen in de auto en reden naar het centrum van Ioannina. Dicht bij de oude stad konden we de auto voor weinig geld
parkeren. Onze auto stond vlak bij het mooie grote meer. Daarnaast bevindt zich de stadsmuur, met poorten erin die toegang geven tot de oude stad.
Ioannina bleek een erg mooie stad te zijn. Er waren veel winkels waar buiten allerlei souvenirs werden aangeboden,
maar wanneer je eenmaal binnen was, bleek het toch
allemaal hoofdzakelijk te draaien om zilver. Het was leuk om te winkelen en we maakten ook nog een wandeling door het oude stadsdeel. We kregen
langzamerhand een aardig beeld van de stad en waren blij dat we ervoor hadden gekozen om deze wandeling te maken. Na flink wat winkels gezien te hebben en
een mooi aantal foto's te hebben gemaakt dronken we koffie op één van de vele terrassen. Daarna liepen we terug naar de auto en verlieten Ioannina.
We reden in de richting van Kozani en sloegen toen af naar het westen. Aan de grens werd iedereen gecontroleerd en vóór ons waren een aantal auto's en
motorrijders, dus duurde het nogal even voordat we door konden rijden. Maar na enige tijd reden we de bergen in van Albanië en kwamen na een mooie rit uit
in Sarandë. Daar dronken we koffie. Sarandë is één van de grootste en bekendste badplaaatsen van Albanië. Wij hadden gehoopt een idyllisch stadje te vinden
met een boulevard en een haventje, maar Sarandë bleek uitgegroeid te zijn tot een grote drukke stad. Er is een enorm groot strand, direct aan de
boulevard. Er zijn veel koffietentjes, restaurants, bars en hotels en het strand is bezaaid met parasollen en ligbedden. Van bovenaf zag het er wel leuk uit,
maar éénmaal beneden werd je je akelig bewust van de drukte en de grootsheid. Wij vonden het in ieder geval prima voor een kop koffie, maar niets meer.
Daarna reden we de grote drukke stad uit in noordelijke richting.
We hadden op internet een paar plaatsen gezien die een stuk kleiner zijn dan Sarandë en waar we misschien zouden willen overnachten. Het boeken lieten we
nog even achterwege omdat we nog niet goed een idee hadden hoe snel we zouden kunnen rijden en hoever we konden komen. De weg langs de zuidkust is echter
schitterend mooi en we genoten van de uitzichten. Maar omdat er in de weg veel steile klimpartijen zitten, kon je niet snel rijden. Af en toe moest je ook
extra uitkijken omdat er altijd wegpiraten zijn die de bochten afsnijden. Wanneer je een botsing krijgt met zulke "Albananen" heb je een heel groot probleem.
Maar dat ging allemaal goed gelukkig. We kwamen uiteindelijk uit in Dhermi, een klein en vriendelijk dorp. Het dorp zelf ligt vrij hoog en kijkt uit op de
Ionische Zee. Je kunt daar vandaan ook naar beneden rijden, naar het strand, maar dat deden we nu niet meer. We hadden een hotel in gedachten, maar konden dat
niet zo snel vinden. Toen we de auto even aan de kant hadden gezet oms ons te beraden, zagen we vlak bij ons een restaurant, waar ook kamers werden verhuurd.
We gingen vragen en ze hadden nog kamers over. Toen was de beslissing snel gemaakt. Wat erg leuk was, was dat we meteen hoorden dat de personeelsleden
Grieks met elkaar spraken. Toen we met ze begonnen te praten, ging de hele conversatie in het Grieks. De hele familie was Grieks en het overgrote deel van
het dorp was ook Grieks, vertelden ze ons. We aten die avond dus gewoon weer Grieks en spraken met het personeel ook Grieks. De kamer was eenvoudig, maar in
orde en we hebben lekker geslapen.
|