vrijdag 8 mei 2026 - Van Nikšić (Montenegro) naar Tale (Albanië)
We hadden vandaag weer een flinke rijdag. Het aantal kilometers zou niet zoveel zijn, maar de hoofdwegen in deze omgeving zijn voor Nederlandse begrippen vaak
binnendoorweggetjes. Leuk om te rijden, maar niet met veel tempo. Als je haast hebt moet je dat niet doen, maar ach, wij hadden vakantie. We reden een paar
kilometer buiten Nikšić eerst naar de Szaar's brug. Een brug die nog steeds in gebruik is. Niet met veel opschmuck, maar wel mooi om te zien.

Daarna reden we verder naar het klooster, dat midden tussen Nikšić en het zuidelijker gelegen Danilovgrad ligt. De weg er naartoe was mooi, maar erg smal en ook nog
eens slecht. En het was vrij druk op de weg, dus moest je voor iedere tegenligger voorzichtig naar de buitenkant van het wegdek, of anders het ravijn in. Kortom,
het schoot niet zo erg op. Toen we eindelijk bij het klooster waren, moesten we nog tientallen trappen op om er te komen.
Maar toen we eenmaal buiten adem boven waren, konden we alles bekijken. Dat wil zeggen; het mooie bouwwerk aan de buitenkant. De binnenkant zat verscholen in de
rotsen. Je mocht wel binnen, maar dat hoefde voor ons niet zo. We maakten een paar mooie foto's en verbaasden ons ondertussen hoe de geheel in het zwart gewikkelde
nonnen, die toch eigenlijk voor de eenzaamheid en afzondering hadden gekozen, dagelijks met zoveel busladingen mensen konden dealen...

Er waren muurschilderingen gemaakt van religieuze taferelen, maar wanneer je beter keek, zag je dat het niet geschilderd was, maar een mozaïk van kleine steentjes!
Wat een monnikenwerk, of misschien nonnenwerk? Toen we alles hadden gezien, liepen we de trappen af naar beneden. Dat ging heel wat gemakkelijker.
We vervolgden onze route naar Danilovgrad en Podgoriza, de hoofdstad van Montenegro. Daarna staken we via een dijk het meer over,
het Skadarsko Jezero, naar het zuid-westen. Aan de overkant nog verder naar het zuidwesten, naar de stad Bar. We herkenden de kerk met de gouden koepels nog van
vorig jaar, toen waren we ook door Bar gekomen. Nu reden we verder naar Stari-Bar. Dat is de oude stad Bar. Het was regenachtig vandaag en daarom niet aantrekkelijk
om lang buiten te lopen. Daarom hielden we het bij een korte wandeling en slechts een paar foto's.
We reden verder naar het oosten, via Krute naar Sukobin. Daar passeerden we de grens met Albanië. We stonden wel een tijdje in de rij,
maar verder ging het goed.
Niet veel later kwamen we langs de grote plaats Skodër. Het stuk weg dat we hier reden, deden we al voor de derde keer. Op een gegeven moment heb je hier een prachtig
uitzicht op de rivier, met daarachter het kasteel, boven op de berg. We stonden nog even stil op die plek, overwegend of we een foto zouden maken. We besloten het
niet te doen.

De linker foto is van de heenreis in 2024 en de rechter is van de terugreis in 2025. Eén van de bijzondere dingen van onze reizen is, dat je soms geniet van
nieuwe wegen die je ontdekt en bewondert, maar anderzijds ook kunt genieten van de herkenning van dingen die je al eerder hebt gezien.
Na Skodër reden we verder naar het zuiden, een eindje van de kust af. Via Lezhe kwamen we in Tale. Daar bogen we af, een beetje verder naar de kust. Het was een
gebied waar langzamerhand wat werd gebouwd en ook het toerisme wat werd gefaciliteerd met behulp van overnachtingsmogelijkheden. Wij gingen naar een soort park met
kleine houten huisjes. Omdat er een weg was afgesloten, was het even zoeken, maar om een uur of zeven waren we binnen en konden we ons installeren.
|